Datum:

Britt Peeters

 

De tweede lockdown die begin november over ons land neerstreek heeft een dagtripje naar een dierentuin voor minstens zes weken onmogelijk gemaakt. Maar Gazet van Antwerpen mocht uitzonderlijk toch binnen in het verlaten Pakawi Park in Balen om een dagje mee te lopen met de verzorgers. “Een dierenpark zonder bezoekers? Ja, dat is... rustig”, lacht uitbater Wim Verheyen. “We zouden nu sowieso gesloten zijn op weekdagen in het winterseizoen, maar dan hebben we toch het weekend nog. Dat valt nu ook weg. En het was vooral jammer dat we de extra lange herfstvakantie gemist hebben. We hopen nu vurig dat we in de kerstvakantie mogen openen.”

Pakawi Park staat bekend voor zijn katachtigen. ©  Joren De Weerdt

 

Wim nam het park op de Kempens-Limburgse grens samen met vennoot Tommy Pasteels bijna twee jaar geleden over van zijn vader, die het op zijn beurt in 1994 had overgenomen. Met Wim aan het roer veranderde de naam ook van Olmense Zoo naar Pakawi Park. Met zijn twaalf hectare, 150 diersoorten en zo’n 1.200 dieren is Pakawi Park in vergelijking met de Zoo van Antwerpen, Planckendael en Pairi Daiza eerder een kleiner dierenpark. “En we hebben niet de ambitie om een tweede Pairi Daiza te worden qua grootte. Maar we hebben wel veel andere plannen.” En dat is een understatement: op vrijwel elke hoek van het park hebben Wim en Robby Van der Velden, de bioloog van Pakawi Park, plannen om te moderniseren en te verbeteren.

Voedselgiften

“De tijd van ‘we kiezen een mooi dier en zetten het in een kooi’ is volledig passé. Dierenparken hebben nu een verhaal, een visie”, vertelt Robby, die in zijn plannen ook rekening moet houden met corona. “Een dierentuin is niet zoals de horeca waar je personeel tijdelijk geen job heeft. De dieren moeten verzorgd en gevoederd worden, en ook de technische dienst blijft aan het werk. Van onze dertig vaste werknemers is nu een tiental tijdelijk niet aan het werk. Dat zijn de horecamedewerkers en de kassiers. Maar daarnaast blijft iedereen op post.”

Ook tijdens de sluiting blijft het merendeel van het personeel op post om de dieren te voederen. ©  Joren De Weerdt

 

En niet alleen de personeelskost maar ook de kosten van het voedsel blijven binnenkomen. Hoeveel kilo voedsel er per dag aan de dieren wordt gegeven kan niemand met zekerheid zeggen. De roofdieren eten al zo’n 120 kilo vlees per dag, olifanten eten gemakkelijk 200 kilo per dag en ga zo maar verder. Een stevig kostenplaatje, zeker als je tijdelijk geen inkomsten hebt. “Dat is inderdaad moeilijk”, zegt Robby. “We zijn dan ook iedereen die giften komt brengen heel dankbaar. Maar we krijgen in de voedselbakken vooral groenten en fruit. Logisch, mensen hebben thuis geen sprinkhanen of meelwormen. Maar ook die hebben we volop nodig, net zoals muizen voor de slangen. En er zijn ook veel dieren die specifiek voedsel nodig hebben, zoals primaten die apenbrok eten. We hebben daarom een webshop opgestart waarop mensen dat voedsel voor ons kunnen kopen. Maar nog zwaarder dan de kost van voedsel zijn de personeelskosten en de kosten van elektriciteit en verwarming. Veel dieren hebben een bepaalde minimumtemperatuur nodig, dus de verblijven moeten voortdurend verwarmd worden.

De roofdieren eten al 120 kilo vlees per dag. ©  Joren De Weerdt

 

En wat vinden de dieren er zelf van? Ook zij ervaren de lockdown op hun manier. “De papegaaien zien het hardst af van de sluiting. Zij houden van interactie met de bezoekers”, vertelt vogelverzorger Niels Covens, die al negen jaar voor de vogels in de Tropenhal instaat. “Wij moeten dus extra ons best doen om de papegaaien gelukkig te houden. We verstoppen hun eten bij wijze van spelletje of babbelen meer tegen hen.”

Maar er zijn ook vogels die net genieten van de lockdown. “De bijeneters zijn eerder schuw. Omdat het zo kalm en rustig was in mei, hebben zij gebroed. Dat was uitzonderlijk.”

Vogelverzorger Niels. ©  Joren De Weerdt

 

Meer en betere gidsen

Ook de kapucijnaapjes missen de interactie met de bezoekers. “We hebben ze daarom samengezet met een groep doodshoofdaapjes, want in het wild leven ze ook samen. Dat gaat geweldig goed. Als we dieren verplaatsen of hun verblijf aanpassen, spreken we van ‘verrijking’, het centrale woord in een modern dierenpark. Gewoonte is niet altijd goed voor een dier, ze hebben afwisseling nodig”, vertelt Robby.

Bioloog Robby Van der Velden. ©  Joren De Weerdt

 

De Limburger werkt al zestien jaar in Pakawi Park. Eerst als reptielenverzorger, daarna als bioloog. “Ik heb dus heel wat zien veranderen en verschillende crisissen meegemaakt. Of corona alles slaat? Nee, dat vind ik niet. Toen het park drie jaar geleden op slot moest omdat we niet voldeden aan de normen van Dierenwelzijn, daar had ik het persoonlijk veel moeilijker mee. Het nieuwe management heeft veel veranderd. Nu hebben we echt een masterplan klaar en werken we aan het dierenpark van de toekomst.”

De wolven hebben een gigantische open ruimte gekregen. ©  Joren De Weerdt

 

“We gaan onze visie en ons verhaal nog beter in de verf zetten. Van oudsher staat ons dierenpark bekend voor de katachtigen. Denk maar aan de jachtluipaarden waar de Olmense Zoo destijds mee begonnen is. Die trend willen we met Pakawi verderzetten, door bijvoorbeeld de katachtigen centraal te plaatsen en linken te leggen. Het plaatje moet kloppen. En we zetten ook sterk in op educatie; veel mensen kennen de indelingen van dieren niet. Ze hebben geen idee of hyena’s of fossa’s katachtigen of hondachtigen zijn.”

“Het is nu het ideale moment om onze gidsenwerking aan te pakken. Toch iets waar we corona dankbaar voor kunnen zijn, want ik heb nu tijd om de gidsencursus te verbeteren. We hebben een tiental gidsen, maar dat zouden er drie keer zo veel moeten worden. Het park evolueert, dus de gidsen ook.”

 

Paka en Awi

In vergelijking met twee jaar geleden, toen Wim aan het roer kwam te staan, is het park grondig veranderd. “We pakken nu alles veel professioneler aan.”

De antilopen lopen rond bij de giraffen en de olifanten, zoals in het wild. ©  Joren De Weerdt

 

“Vroeger hadden alle dieren hun eigen verblijf, nu lopen de antilopen bijvoorbeeld vrij bij de giraffen en de olifanten, zoals in het wild. En de wolvenroedel heeft een gigantische open ruimte gekregen, iets waar we veel positieve feedback op krijgen”, zegt Robby. “Of kijk naar het verblijf van Paka en Awi, onze tijgers. Dat was verouderd. We hebben hen verplaatst naar het vroegere verblijf van de bizons.”

Aan dat verblijf is iemand volop bezig met het binnengedeelte te vernieuwen. Want corona of niet, er worden volop werken uitgevoerd. “Je kan dat ook niet laten liggen, hé”, zegt Wim. “Trouwens: zowat alle werkzaamheden worden uitgevoerd door ons eigen personeel. Daar ben ik wel trots op.”

Paka en Awi hebben een groter verblijf gekregen. ©  Joren De Weerdt

 

In plaats van twee kooien voor de twee tijgers worden er nu vier gemaakt. “Het is genoeg geweest met net genoeg ruimte, we gaan voor overschot”, schetst Robby duidelijk de nieuwe visie. De bizons gingen op hun beurt naar een prachtig stuk bosgedeelte.

“En het oude verblijf van de tijgers wordt onze grootste renovatie, daar gaan we Monkey Island bouwen: een gloednieuw verblijf voor onze chimpansees. Normaal gezien gingen die werken van start begin 2021, maar corona gooide roet in het eten, dus hebben we die plannen moeten opschuiven. Heel jammer, maar zo is er extra tijd om het nog beter uit te werken.”

 

Primeur met fossa’s

Ook de komst van de fossa’s, de typische fretkatten uit Madagaskar, zijn een gevolg van de nieuwe visie waar de twee mannen met veel passie over praten. “Onze fossa’s zijn een primeur. Met hen nemen we voor het eerst deel aan een officieel kweekprogramma. We mogen dus mee bepalen waar jonge dieren naartoe gaan, actief deelnemen in de kweek, enzovoort. Een grote sprong voorwaarts voor Pakawi. En bovendien hebben we sinds juni ook vier jongen. Dat was de eerste keer dat er fossa’s geboren werden in de Benelux. We waren trouwens net bezig met de jongen te laten wennen aan het publiek, maar daar moeten we na corona opnieuw mee beginnen. De fossa’s passen perfect in onze collectie én onze educatie, want veel mensen hebben geen idee wat voor diertjes het zijn.”

Fossa-jongen. ©  Joren De Weerdt

 

Het lijstje met plannen voor de toekomst, zowel kleine klusjes als grote vernieuwingen, is ellenlang. Een nieuwe ruif voor de olifanten, nieuwe quarantaineverblijven achter de schermen, de verwarming voor de dieren vernieuwen, de gidsenwerking updaten, de betonbodems veranderen door biobodems, Monkey Island, ... “Helemaal af gaat het nooit zijn”, lacht Wim. “Maar dat is ook niet erg. We willen streven naar een zo professioneel mogelijk park.”

“Een modern dierenpark”, vult Robby aan. “Ik kreeg onlangs een prachtig compliment: ‘Pakawi is een dierenpark voor fijnproevers aan het worden’. Daar wil ik naartoe: een park met een duidelijk verhaal en een groep iconische dieren die ons uniek maken. We hopen trouwens dat zo veel mogelijk mensen tickets voor de zomer als sinterklaas- of kerstcadeau geven en krijgen. Het ideale geschenk, bijvoorbeeld van grootouders aan kleinkinderen”, hint de bioloog. “Hoe dan ook: deze lockdown gaat ons niet tegenhouden.”

Zowel voor als achter de schermen wordt er hard gewerkt aan een moderne dierentuin. ©  Joren De Weerdt